Koningsdag 2015

Vanuit het raam kijk ik uit naar jou,
Ik kijk steeds verder maar waar blijft je nou?
Opeens hoor ik een toeter, zo te horen van een boot.
Het kan niet zijn want hier is niet eens een sloot.
Toch blijf ik kijken met mijn oranje t-shirt aan,
Kijk naar de tv ja want die staat aan.
Ik zie jullie zwaaien lachen met plezier,
Naar de show voor de pier.
Opeens een grootte boot vol met plezier,
Vol vakantiegangers richting het Duitse bier.
En daar de de Tablet boot, hoe mooi gemaakt,
Een appje er op en de leeuw staat klaar.
Dan komen er boten met de toeter heel hard,
Menno word doof en praat met volle kracht.
Dan komt het einde op het water, je tis echt.
We gaan verder in de straten van Dordrecht.
Hieperdepiep Hoera Hoere Hoera.

Nog een dag oefenen….

Nog een dag om te oefenen, luidkeels wanneer je het kent. 😉 
Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen Bloedt,
Den Vaderland ghetrouwe
Blijf ick tot inden doet;
Een Prince van Orangien
Ben ick vry onverveert.
Den Coninck van Hispangien
Heb ick altijt gheeert.

In Godes vrees te leven
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Land, om Luyd ghebracht:
Maer Godt sal my regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick sal wederkeeren
In mijnen Regiment.

Lijdt U, mijn Ondersaten,
Die oprecht zijn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven,
Bidt Godt nacht ende dach.
Dat Hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.

Lijf ende goed al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn Broeders, hooch van Namen,
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven,
In Vrieslandt in den Slach,
Sijn siel int eewich leven
Verwacht den jonghsten dach.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren,
Als een vroom Christen-man,
Voor Godes Woort ghepreesen,
Heb ick vrij onversaecht,
Als een helt zonder vreesen
Mijn edel bloet gewaecht.

Mijn schilt ende betrouwen
Zijt ghy, O Godt, mijn Heer.
Op U soo wil ick bouwen,
Verlaet my nimmermeer;
Dat ick doch vroom mag blijven
U dienaer t’aller stond
Die tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.

Val al die my beswaren,
End mijn vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verasschen
In haeren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich edelman:
Maer Godt heeft hem verheven,
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijck ghegheven
In Israël, seer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt, mijn Heer, dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn vorstelick ghemoet,
Dat is, dat ick mag sterven
Met eeren, in dat velt,
Een eeuwich rijk verwerven
Als een ghetrouwe helt.

Niets doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks landen goet,
Dat ud de Spaengiaerts crencken,
O edel Neerlandt soet,
Als ick daeraen ghedencke,
Mijn edel hert dat bloet.

Als een Prins opgheseten
Met mijnes heyres cracht,
Van den tyran vermeten
Heb ick den slach verwacht,
Die, by Maestricht begraven,
Bevreesde mijn ghewelt;
Mijn ruyters sach men draven
Seer moedich door dat velt.

Soo het den wil des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick geern willen keeren
Van u dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert,
Die men altijt moet loven,
En heeftet niet begeert.

Seer christlick was ghedreven
Mijn princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat Hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen oircont.

Oorlof mijn arme schapen,
Die zijt in grooten noot.
U Herder sal niet slapen,
Al zijt ghy nu verstroit:
Tot Godt wilt u begheven,
Sijn heylsaem woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor Godt wil ick belijden
End sijner grooter macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere,
Der hoochster Majesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.

Maak er een mooi feest van.
Groet,
Bron: www.koninklijkhuis.nl

Gedicht.

hier had ik een gedicht willen zetten
maar ik denk niet dat het lukt
een gedicht met vette letters
maar ik denk dat het mij niet lukt

(refrein)

lalalalalalalalala
lalalalalalolalala
lalalalalalalalala
lalolalalalalalala

een gedicht van duizend woorden
met woorden die ik nog niet begrijp
een gedicht uit alle oorden
het sappig, smaakvol en gerijpt

(refrein) zie boven.

een gedicht dat doet mij denken
aan mijn onlangs overleden zus
een gedicht dat niemand mag krenken
en al zeker niet mijn zus

(refrein) zie boven.

een gedicht met verschillende emotie
zelf ben ik nog niet van slag
een gedicht zonder veel commotie
maar die komt zeker op een dag

laatste refrein, zie boven

een gedicht ook voor jou
ik heb het zelf geschreven
een gedicht helemaal voor jou
voor al het leuks wat wij samen beleefden.

Als ik aan jou denk herinner ik mij alle leuke momenten die wij samen deelden, ik hou van jou.

Broertje en zus  ❤